De dynamiek van Gods zegen

geplaatst in: Artikeltje | 0

Genesis 12:2 - Ik zal je zegenen, een bron van zegen zul je zijn

In Genesis 12: 1-3 roept God Abraham en doet hem een belofte. In deze verzen komt wel vijf keer het woord ‘zegen’ voor. In het Hebreeuws was dat een manier om aandacht te vragen, zoals je nu zou onderstrepen of vet maken. Zegen, daar gaat het om.

God zegent Abraham niet zodat hij zelf rijk en gelukkig kan worden. De belofte voor Abraham is niet alleen voor hem en ook niet alleen voor zijn nageslacht. God kiest niet een volk uit om de rest aan de kant te zetten. God zegent Abraham zodat hij een bron van zegen zal zijn. Vers 3 laat zien dat de zegen bedoeld was voor alle volken van de aarde. Hier in Genesis 12 gaat Gods verlossingsplan in een hogere versnelling. Hier begint Gods zending.

Zending begint niet pas in Matteüs 28 met het ‘zendingsbevel’. Vanaf het begin is het plan van God om alle volken te zegenen (Gal.3:8). Door middel van de familie van Abraham wil God alle families van de aarde bereiken. De zegen is een universele zegen, met als doel dat alle volken God leren kennen en op hun beurt God zegenen, met andere woorden aanbidden (Ps.67). De vervulling hiervan is te zien in Openbaring 7 waar een onafzienbare menigte uit alle landen en volken, van elke stam en taal, voor Gods troon staat en hem aanbidt.

Erfgenamen

Wij horen nu ook bij Gods volk. Door het geloof zijn wij erfgenamen van Abraham en daarom hebben we ook deel aan dezelfde beloftes van God (Ef.3:6). Met andere woorden, de belofte van God aan Abraham is onze erfenis. Maar daarmee ook de verantwoordelijkheid van deze erfenis: zodat we een zegen zullen zijn.

Dit is de dynamiek van Gods zegen: God zegent ons, zodat wij een bron van zegen zullen zijn voor alle volken, zodat alle volken God zegenen.

Verantwoordelijkheid

De zegen die we van God ontvangen, is niet puur voor eigen gebruik. De grenzen sluiten is een manier waarop een land zijn zegen niet wil delen. Je hart sluiten voor anderen, gierig zijn of onverschilligheid zijn manieren waarop wij een belemmering van de dynamiek van de zegen kunnen zijn.

Het doel van Gods belofte is dat wij als zijn volk deelgenoten zijn van zijn missie. We zijn geen passieve ontvangers van de zegen, maar hebben de verantwoordelijkheid om een zegen te zijn voor anderen. We hebben een actieve rol in Gods plan, we mogen meedoen in de dynamiek van de zegen.

Dat Gods verlossingsplan ons mag inspireren om zijn goede nieuws te delen met iedereen. Dat wij een bron van zegen zullen zijn voor iedereen om ons heen. Met de woorden van Psalm 67: “Moge God ons blijven zegenen, zodat men ontzag voor hem heeft tot aan de einden der aarde” (vers 8).

 

 

Geef een antwoord