De logica van Johannes

geplaatst in: El Seminario | 0

Bij de Algemene Brieven horen ook de brieven van Johannes. Nu moet ik bekennen dat ik Johannes best lastig te begrijpen vind. Om een voorbeeld te geven, ik kan vaak geen lijn ontdekken in de dialogen in zijn evangelie. De mensen vragen Jezus wat, en hij antwoord met totaal iets anders. Bijvoorbeeld in Johannes 12:20ev.; Filippus en Andreas gaan naar Jezus toe om te vragen of hij enkele Grieken wilt spreken, begint Jezus over graankorrels en verheven worden. Ik mis dan de logica daarachter.

Ook in zijn brieven zie ik niet vaak een logische lijn. Hij herhaalt zich veel, maar dan steeds anders. Daardoor lijkt hij zichzelf soms tegen te spreken. Zo zegt Johannes bijvoorbeeld dat hij schrijft “opdat u niet zondigt” (1Joh.2:1), maar tegelijk schrijft hij dat we onszelf misleiden “als we zeggen dat we de zonde niet kennen,” (1Joh.1:8). Of Johannes schrijft dat hij u “in deze brief geen nieuw gebod voorhoudt maar een oud, dat u vanaf het begin bekend is… Toch is het ook een nieuw gebod” (1Joh.2:7-8).

Om kort te gaan, ik raak in de war van Johannes.

Dan valt Paulus nog goed mee. De brieven van Paulus kunnen wel ingewikkeld zijn, maar zijn gedachtegang is vrij logisch; het is een kwestie van de structuur en de voegwoorden te bestuderen. Er zit een lijn in zijn brieven. Hij begint met een theologische uitleg en bouwt daar dan op verder.

Gelukkig gaf N.T. Wright mij een ‘eureka-moment’ in zijn fantastische commentaarserie The New Testament For Everyone. In zijn commentaar over de eerste brief van Johannes vergelijkt hij Johannes’ stijl met Taizé liederen. Dat was de hermeneutische sleutel die ik nodig had!

[icon icon=icon-quote-left size=20px color=#444 ] Sometimes when we sing hymns, the hymns tell a story. They move from one idea to another, in a linear fashion. There is something satisfying about this. We all like stories, and even when the ‘story’ is a sequence of ideas, it makes sense to us. We feel we have been on a journey. We have arrived somewhere where we were not before.

But sometimes, in some traditions at least, the things we sing in church are deliberately repetitive. We use them quite differently: as a way of meditation, of stopping in one point and mulling it over, of allowing something which is very deep and important to make more impact on us than if we just said or sung it once and passed on. Quite different traditions find this helpful: the Taizé movement in France, for instance, uses some haunting brief songs or chants; but you find the same things in many branches of the modern charismatic movement, where repetition is an essential part of worship. True, some people find this tedious, and want to get back to old fashioned hymns as quickly as possible. This may be partly a matter of personality. But it may also be that such people are unwilling to allow the truth of which the poem speaks to get quite close to them. Repetition can touch, deep down inside us, parts that other, ‘safer’ kinds of hymns cannot reach, or do not very often.

If someone (like the present writer) has spent a long time studying St Paul, and then suddenly moves across to John, and particularly to this letter, the effect is a bit like someone moving suddenly form old-fashioned narrative hymns tot the repetitive sort. One is tempted to be a bit frustrated. Surely, we think, he should get on with it, say what he means, and move on to the next point? But that isn’t John’s style, and perhaps the analogy of the hymns may help to explain why. He is mulling it all over, and wants his hearers to do so too.

… Perhaps it’s only as we give ourselves to the strange, haunting repetition that the meaning will begin to sink down into us.”


N.T.Wright, The Early Christian Letters for Everyone, Louisville, KY: Westminster John Knox Press, 2011, p.139-140

Geef een antwoord