Een week uit het leven van…

geplaatst in: Verhalen | 0

Always be prepared to pray, preach and die. Dat gezegde leerde ik in Nigeria. Deze week was een week waarvan ik me er wel wat bij kon voorstellen, afgezien dan dat ik nog leef. Gelukkig.

Zondag

Het begon zondagavond met een telefoontje, het toerustingsinstituut voor zendelingen had een locatie op het terrein van een christelijke school, en elke maandag begonnen ze daar met een weekopening. De docenten die les gaven aan het instituut hadden de eer om de meditatie daarvoor te houden. Dat ik het wist, en oh ja, ik moest dus 15 minuten eerder komen.

Enigszins overrompeld had ik al ja gezegd voor ik me realiseerde waar ik ja tegen had gezegd. Ik nam me voor om de voorstellen van deze beste collega de volgende keer toch iets beter te overwegen. Wat heb ik nu weer te zeggen aan een groep vol scholieren?

Ondertussen was ik flink verkouden geworden.

Maandag

Maandagochtend heel vroeg ging ik de deur uit en liep in 15 minuten naar de straat waar de trufi (taxibusje) langs zou komen. Ik had geen adres of niets, maar ik had aanwijzingen gekregen. De 110 moest ik nemen tot de eindhalte, als ik daar was moest ik bellen en dan zouden ze me op komen halen.

Na ruim een uur was ik aan de andere kant van de stad, en stapte uit bij de eindhalte. Na lang wachten en een bezorgd telefoontje later bleek dat ik bij de verkeerde eindhalte stond. Er waren 2 eindhaltes. Eenmaal terug bij de eerste eindhalte stond Melissa me op te wachten en wandelden we naar de school.

De weekopening had ik helaas al gemist.

In de pauze liepen we naar het kantoor van de directeur om me te verontschuldigen. Gelukkig had hij een ideale oplossing, woensdagochtend zou er een plechtigheid zijn ter ere van de dag van de arbeid, daar zou ik dan een passende meditatie voor kunnen geven!

Dinsdag

De lessen waren heel leuk, we behandelden onder andere verschillende dimensies van culturen, bijvoorbeeld de machtsafstand. In Bolivia is de machtsafstand behoorlijk groot, in Nederland is deze relatief gezien klein. Toen ik met het voorbeeld kwam dat ministers met de fiets naar het werk gaan, vielen ze bijna van hun stoel. Ze wilden allemaal Nederland wel eens bezoeken! De volgende dag toen we het hadden over het idee van tijd in culturen en ik opmerkte dat je allemaal afspraken moest maken – soms zelfs weken van te voren – om iets te kunnen doen met je vrienden, zeiden ze hoofdschuddend, nu willen we niet meer naar Nederland.

De dagen hield ik vol op Refrianex (een antiverkoudsheidsmiddel) en mijn enthousiasme, maar als ik aan het eind van de middag na nog een uur terug in de trufi thuis op de bank neer plofte was het spelen van solitario meer dan voldoende hersenactiviteit, alsof ik mijn energierantsoen volledig verbruikt had. Ondertussen was ik blij dat ik wel gewoon de cursus kon geven en dat mijn stem het nog deed.

Woensdag

Woensdagochtend, extra vroeg om niet toch per ongeluk te laat te komen, vertrok ik om de dagopening te geven. Ik had geen idee wat me te wachten stond. Maar we hadden net geleerd dat in landen met een grote machtsafstand mensen nooit openlijk kritiek geven op onder andere docenten. Hoe beroerd ik het ook zou doen, ze zouden me altijd zeggen dat het erg goed was.

Na wat problemen met de aanwijzingen voor de weg naar het toilet, waardoor ik bijna in een depot terecht kwam, kon ik naar buiten. De leerlingen stonden strak in het gelid te wachten van klein naar groot. Eerst werd het volkslied gezongen en de vlag gehezen. Daarna was het mijn beurt. Half improviserend bracht ik een fijn opbouwende meditatie voor de schoolkinderen, terwijl ik mijn best deed om de kleuters aan te spreken maar ook de tieners.

Ik dacht dat het daarna gedaan zou zijn, maar nee. Na een christelijk loflied op het werk kwamen drie studenten naar voren. Uit hun hoofd reciteerden ze eerst de geschiedenis van de dag van de arbeid, herdachten ze de gevallen martelaren voor de goede strijd, en reciteerden ze de rechten en plichten van de werkers.

Na nog een ode aan de mensen die ondanks hun harde werken toch in armoede leefden en een exhortatie over hun werkhouding, mochten de leerlingen naar hun klaslokalen. Enigszins bedust deed ik dat ook maar.

Donderdag

Donderdag gingen we gewoon door, ondanks dat het de dag van de arbeid was. Ondertussen voelde ik me al bijna een echte yup, elke dag op een neer naar het werk op regelmatige tijden. Noemi had de lessen van de avond overgenomen, dus ik hoefde ’s avonds ook niet meer de deur uit. Het beviel me wel.

Na afloop van de les vertrokken we samen om Indisch te eten, voor een fondsenwerving van twee oud-studenten die naar India vertrekken. Voor het goede doel liet ik ook een henna tatoeage zetten op mijn rechtervoet.

Vrijdag

Vrijdag sloot ik de week met enige spijt af. Ik had erg genoten van de studenten, hun input en hun dromen. Maar als het goed is krijg ik nu hun nieuwsbrieven ook, want ik wil graag weten hoe het verder met ze gaat!

Om de week in stijl af te sluiten botste de trufi op de terugweg met een bus. De chauffeur stapte uit en ging bijna met de ander op de vuist. Na dit oponthoud reden we verder tot ik de enige passagier was die nog in de auto zat. De chauffeur vroeg me vriendelijk of ik niet een andere trufi wilde pakken zodat hij om kon keren. Ja hoor, dat kwam me zelfs wel goed uit, want ik wilde even langs het kantoor van de SIM, de sleutel ophalen van een huisje aan het water. Na deze twee intensieve weken gaan we er even tussenuit.

Weekend!

 

Geef een antwoord