Jezus op bezoek

geplaatst in: Verhalen | 0

Talk To MeJezus zei tegen degene die hem had uitgenodigd: ‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren, in de verwachting dat zij u op hun beurt zullen uitnodigen om iets terug te doen. Wanneer u mensen ontvangt, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit. Dan zult u gelukkig zijn, zij kunnen voor u dan wel niets terugdoen, maar u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.’
(Lukas 14:12-14)

Er zijn van die uitspraken van Jezus waar we wat verlegen mee zijn. De bovenstaande tekst uit Lukas 14 is zo’n tekst. Als je een feestje geeft, nodig dan geen familie en vrienden uit, maar mensen van de straat, vrij vertaald. Ik vermoed dat als we dit lezen, we dat niet echt letterlijk nemen, het is te absurd. Als we het wel letterlijk nemen denken we iets als: Jezus, nu sla je toch wel een beetje door hoor met je liefde voor de armen, het moet wel reëel blijven.

Ik had er nog serieus aan gedacht met onze bruiloft. Ik had gedacht om allerlei vreemde mensen uit te nodigen, de vrouw van de fotokopie-shop naast het seminar, het vrouwtje van de markt waar ik altijd bananen kocht, de vrouw uit de winkel om de hoek, gewoon van die mensen die ik altijd tegenkom in het dagelijkse leven. Het leek me echt leuk om eens wat andere gasten te hebben.

Toen begonnen we met de gastenlijst. En met de kostenberekening. Met andere woorden, met het echte leven. Er kwam dus niets van al die wilde plannen.

Ik heb er eigenlijk nog altijd spijt van.

Maar het kan toch niet zo zijn dat Jezus wat zegt en dat we automatisch reageren met, maar nee, het idee erachter is echt mooi, maar laten we realistisch blijven, laat het vooral bij een idee blijven.

Hoe serieus nemen we Jezus dan?

Afgelopen zondag veranderde mijn kijk op de toepasbaarheid van deze verzen.

We kwamen terug van de kerk en wilden beginnen met koken. We moesten allebei om 3 uur ergens anders zijn, dus we wilden het simpel houden. Terwijl we praten over wat we zouden koken gaat de deurbel en Diego deed open. Even later kwam hij terug en zei dat er 2 types voor de deur stonden die om eten vroegen. Het enige wat we hadden waren bananen. Dus ik zei zonder na te denken, weet je wat, nodig ze dan maar uit voor de lunch. Dus opeens hadden we twee gasten. Mannen van de straat. Alcoholisten. Ramon en Felipe heetten ze.

We boden ze wat te drinken aan de gingen snel aan de slag om een maaltijd in elkaar te draaien. De neiging om ze ook het gebruik van de douche aan te bieden hield ik in. We kookten snel wat rijst bij en trokken de vriezer open om te zien of er iets van vlees was. De salade die voor de zendelingen-potluck van die avond bedoeld was kreeg een andere bestemming. Na twintig minuten konden we eten. Toen ik ze vriendelijk aanbood dat ze hun handen wel in de wc konden wassen, sloegen ze dat beleeft af. Onder het eten vertelden Ramon en Felipe kleurrijke verhalen uit hun leven. Het was eigenlijk gewoon heel gezellig.

Het was helemaal geen opoffering, geen padvinders goede daad, of bijzondere geestelijke prestatie. Het was gewoon gezellig.

Ah, als goede christenen sloten we de maaltijd natuurlijk af met Bijbellezen en gebed. Psalm 146 was aan de beurt.

…hij die trouw is tot in eeuwigheid,
recht doet aan de verdrukten,
brood geeft aan de hongerigen.

Geef een antwoord