Over zondebesef en pindasoep

geplaatst in: Artikeltje | 0

sopa de mani“Maar dat hebben we altijd zo gedaan!” Als ik dat te horen krijg is mijn eerste gedachte, “hoog tijd dus om eens wat anders te proberen.” Maar het idee achter die uitspraak is dat het feit dat iets altijd op een bepaalde manier gedaan is, als argument geldt om het juist niet te veranderen.

Een culinaire specialiteit in Cochabamba is bijvoorbeeld pindasoep. Dat kan maar op één manier klaargemaakt worden. Als je het anders bereidt dat is het geen echte pindasoep meer. De traditionele manier van hoe dingen gedaan worden is belangrijk, en het breken met de beproefde traditie wordt niet gewaardeerd.

Sterker nog, in het Andinistisch wereldbeeld is dat precies het concept van zonde: breken met de traditie. Het alledaagse en het voorspelbare is goed, als iets volgens de traditie gebeurt is het juist. Het onverwachte en onvoorspelbare dat is slecht; het breken met de traditie is verkeerd.

Dit is een logische manier om de wereld te zien, want als het niet regent in de regentijd mislukt de oogst. Als je met je schaapjes elke dag de berg op gaat om ze te laten grazen, dan is het onverwachte roofdier dat de rustige routine doorbreekt een bedreiging. Een zwangerschap die gaat zoals het moet gaan is goed, complicaties zijn slecht.

Het idee van zonde als het breken van een morele wet van God waardoor je juridisch schuldig bent tegenover hem en dus straf verdient, is een vreemde manier van denken in veel culturen. In een doctoraalstudie over eer en schaamte vertelt de auteur dat het Chinese woord voor zonde “misdaad” is. Als iemand dus met het “goede nieuws” komt, en zegt, “je bent een zondaar,” dan hoort men, “je bent een misdadiger.”

Wanneer je dan evangeliseert en zegt, “Jezus is voor je zonden gestorven,” communiceert dat misschien niet wat je wilt communiceren. Het kan zelfs volkomen nietszeggend zijn voor de ander. Zoiets als een boeddhist iets zou zeggen als, “ons doel is het opgaan in het al.”

Ik vraag me af of de manier waarop we het ‘goede nieuws’ vaak presenteren wel goed nieuws communiceert. In de kerk hier hoor ik regelmatig de kritiek dat de mensen wel in God geloven, maar dat dit weinig invloed heeft op hun manier van leven. Maar als de boodschap die we brengen hun leven niet raakt, hun manier van denken niet transformeert, wat dan? Waar ligt het probleem? De cruciale vraag is: hoe kunnen Gods goede nieuws zo communiceren dat zowel het geloof, het gedrag als het onderliggende wereldbeeld geraakt worden?

Geef een antwoord