Schapen of koeien

geplaatst in: Artikeltje | 1

 

God vergelijkt zichzelf met een herder, onze herder. Dat betekent automatisch dat wij zijn schapen zijn.

Schapen, geen koeien.

Het leven van een Nederlandse koe anno nu is eenvoudig en afgebakend. Koeien staan de hele dag in de wei te grazen en te socializen. Veel meer hoeven ze niet te doen. Er staat een hek om de wei zodat duidelijk is welke koeien bij de boer horen en welke niet.  Als de boer een nieuwe koe heeft komt hij bij de andere koeien in de wei staan. De koeien die niet van de boer zijn staan aan de andere kant van het hek. Het maakt de verhoudingen overzichtelijk.

Het leven van een joods schaap anno 0 was minder eenvoudig. De groene wei met een mooi hek eromheen was nog niet uitgevonden. Daarom konden schapen niet rustig de hele dag grazen; ze moesten op pad, de herder achterna. De herder bracht ze van plaats naar plaats waar ze steeds even konden grazen of drinken, maar zelden bleven ze de hele dag op dezelfde plaats.

Soms kwamen ze onderweg andere kuddes tegen die een andere herder volgden. Dan mengen de schapen zich en kon geen buitenstaander de ene kudde van de andere kudde onderscheiden. Maar als de herders hun schapen riepen, wisten ze precies naar wie ze toe moesten gaan. Ze volgden in de voetsporen van hún herder, ze gaan waar hun herder gaat. Daarom moesten schapen altijd alert zijn op zijn stem. (hier kun je een sterk staaltje daarvan zien).

God is onze herder en wij zijn zijn schapen.

 

Waarom gedragen we ons dan zo vaak als koeien?

  1. Ebel

    opa Lanting (Janita haar overgrootvader) hield ook schapen, weliswaar in de wei. Hij hoefde ook maar hoefde te roepen en de schapen kwamen op een draf aanlopen. Ooit moest iemand anders ze binnenhalen voor een wormenpil en ze kwamen niet.

Geef een antwoord