Het begin van SIM: een kostbare droom

In 1893 vertrokken drie jonge mannen naar West-Afrika met een gedurfde droom. De Canadezen Walter Gowans en Rowland Bingham, en de Amerikaan Thomas Kent geloofden dat God hen riep om het evangelie te brengen naar de miljoenen mensen in het binnenland van Afrika die nog nooit van Jezus hadden gehoord.

Deze droom begon eigenlijk al eerder, in het huis van Walters moeder, Margaret Gowans. Zij had een diep verlangen dat het evangelie ook de volken van Afrika zou bereiken. Toen Bingham eens bij haar op bezoek was, vertelde ze hem over de enorme gebieden waar nauwelijks christelijke getuigen waren. Ze sprak met zoveel overtuiging over de nood van de mensen daar, dat haar woorden diepe indruk op hem maakten. Later zei Bingham dat het was alsof zij de last voor Afrika op zijn hart had gelegd.

In die tijd noemde men deze enorme regio “Soedan” (een brede zone ten zuiden van de Sahara). Veel gevestigde zendingsorganisaties zeiden dat het onmogelijk was om daar te werken. Het gebied was moeilijk bereikbaar, ziekten zoals malaria waren wijdverspreid, en er was weinig infrastructuur.

Map of the Western Sudan c. 1889

Ondanks de risico’s besloten de drie mannen te gaan. Ze richtten een nieuwe zendingsorganisatie op: de Sudan Interior Mission (SIM). Hun eerste reis eindigde tragisch. Binnen een jaar stierven Gowans en Kent aan malaria en Bingham keerde sterk verzwakt terug naar Canada.

Maar het verhaal stopte daar niet.

In plaats van de droom los te laten, begon hij kerken te bezoeken en mensen te mobiliseren. Hij vertelde over de enorme regio waar miljoenen mensen leefden zonder ooit het evangelie te hebben gehoord. Zijn boodschap was eenvoudig maar krachtig: het werk was moeilijk, maar daarom juist nodig.

In 1900 keerde Bingham opnieuw terug naar Afrika om het werk voort te zetten, maar ook deze poging mislukte en moest hij opnieuw terugkeren. Toch bleef de overtuiging bestaan dat God hen riep om het evangelie naar deze regio te brengen. In 1901 werd opnieuw een team uitgezonden. Vanwege zijn zwakke gezondheid kon Bingham zelf niet meer mee. Dit keer lukte het om een permanente basis te vestigen in Patigi, ongeveer 800 kilometer landinwaarts langs de Niger River. Vanaf daar begon het werk van de missie zich langzaam uit te breiden.

Vandaag is SIM een evangelische zendingsorganisatie met meer dan 4.000 werkers uit zo’n 70 nationaliteiten, actief in meer dan 70 landen. De kern van de missie is onveranderd gebleven: het evangelie brengen naar plaatsen waar Jezus het minst bekend is.

Het verhaal van deze eerste pioniers nodigt ons uit om na te denken over onze eigen plek in Gods missie:
Welke rol zou jij kunnen spelen in Gods missie vandaag, door te gaan, te bidden, te geven, of iemand anders te bemoedigen om te gaan?